Als ik ’s ochtends vroeg door onze gemeente rij, zie ik het overal om me heen. Mensen die op pad gaan. Een jongere fietst snel naar school. Een oudere man loopt met een boodschappentas naar de winkel. Een vrouw loopt stevig door naar de bushalte om op tijd op haar werk te komen.
Al deze mensen hebben één ding gemeen: ze moeten zich kunnen verplaatsen. In de politiek noemen we dat vaak met een moeilijk woord 'mobiliteit'. Maar laten we het gewoon simpel houden. Het gaat erom dat je kunt gaan en staan waar je wilt. Het gaat erom dat je van A naar B kunt reizen wanneer dat nodig is.